Lêdo Ivo


De teef



Aangeirokken door de geur van bloed uit haar ingewanden volgen de honden de bronstige teci als vormden ze de hofstoet van cen zwarte koningin. En ze besnuffeien haar met een een obsceen bewegen dat wij misschien liefde zouderi moeten noemen. De teef wendt voor dat de belagers haar vervelen en verlokt ai weigerend, ais veelgevraagde vrouwen. Een penetrante lucht van leven begeleidt haar tussen de twee zonnen die het verstrijken van de dag begrenzen. ‘s Avonds, wanneer ze wordt opgesloten in de schuur, blijven de honden buiten, ontroostbaar en trouw. En hun huilen in het duister leert ons dat liefde een nutteloze passie is, een gesloten deur.



A cadela Poema em Português

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *